Een korte impressie van de Castelli's die de grote drie van de Alpen hebben opgefietst.
De col d’Ornon begint vlak bij Bourg d’Oisans en wordt een ideale col genoemd om te wennen aan het hooggebergte. Hij is alleen ideaal als je voldoende trainingskilometers in de benen hebt. Je merkt snel of je cadans vindt in het omhoog fietsen. Voor een redelijke klimmer is hij goed te doen, je kunt hem opfietsen in een aangepast tempo waardoor je hem met je maatje of in een groep kunt opfietsen. Voor een mindere klimmer is het hard werken maar ook te doen. Op de dag dat wij hem opfietsten was het stikheet. Lengte 11 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 6 %. Wordt door ervaren fietsers verschillend beoordeeld. Omdat het de eerste was voor ons viel de lengte wat tegen. 11 km klimmen is heel anders als je Zuid Limburg als trainingsgebied kent. Op 2/3 van de klim zit het lastigste stuk. 3 km 8 %. Een mooie klim langs steile afgronden. Lastig voor mensen met hoogtevrees. Eenmaal boven een leuk café en een weg volgekalkt met tour namen. Wordt slechts sporadisch in de tour opgenomen. Van onze kant wordt hij dan beoordeeld als een col van de 1e categorie.
Galibier
Extra Categorie. Wij zijn hem opgefietst vanaf de Lautaret. Minder lang dan de Telegraphe kant, daardoor misschien wat gemakkelijker maar ook een stuk steiler in de laatste 2 km. Neem als je hem vanaf Bourg d‘Oisans wilt opfietsen lampjes mee want de tunnels zijn levensgevaarlijk. Omdat het in 1 tunnel echt stikdonker was en nat vanwege onweer hebben wij de auto aan de voet gezet en zijn vanaf dat punt omhoog gefietst. Nadeel; je mist het infiets traject, mag meteen met 5,5 % aan de bak. De Galibier is geweldig. Zowel wat betreft zwaarte als wat betreft uitzichten. Hij maakt het beest in je los. De weg slingert langzaam omhoog door een kaal berglandschap. De col begint relatief eenvoudig met die 5,5 %, stijgt dan snel naar 7,5 % en dat blijft zo een hele tijd. Je klimt door de eeuwige sneeuw naar een hoogte van 2646 meter. Het is een prachtig gezicht als je schuin omkijkend de weg achter je omlaag ziet slingeren. De weg voor je boezemt soms angst in. We merkten toen ook dat we niet eens zo slecht omhoog gingen want links en rechts passeerden we een enkele fietser, happend naar adem. Als je vanwege de dunne lucht zelf naar adem begint te happen passeer je een hotel. Je zit dan al op zo’n 2500 meter. Daarna begint het pas echt. Je draait links de bocht om en de weg knalt steil omhoog. 12 %. Of je nu kunt klimmen of niet, deze berg doet een appel op je sportkarakter. Overal op internet vindt je wel richttijden om de Alpe D’Huez zo snel mogelijk op te fietsen. Bij de Galibier lees je meer dat hem überhaupt opfietsen zonder afstappen een prestatie is. De top is grandioos. Ook al omdat we allebei effe kapot zaten. Wij konden er niet lang van genieten want we reden zo het onweer tegemoet. Daardoor werd de toch al niet zo gemakkelijke afdaling van de Galibier nog bijna een linke soepzooi. Het laatste stuk vol in de regen. Net voor het onweer beneden. Om alvast te wennen aan de derde dag daarna nog een stuk de nederlandse berg verkent. De eerste 2 km. Paulito gelooft Mali dan niet zo als die terug rapporteert dat dit stuk steiler is dan de Galibier.
De dag ervoor ook nog eens met de auto verkend en we deden het bijna dun door de broek. Mensen in Nederland hadden ons verteld dat hij te doen is, we begonnen hardop te twijfelen. De Alpe is net iets meer dan 14 km lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 8 %. Lees het goed, gemiddeld. Extra Categorie. De eerste 2 km zijn daarbij het meest lastig. Waar je op de Cauberg 250 meter 11 % hebt mag je dit meteen (na de camping linksaf) 2 km opfietsen. Veel fietsers blazen hier al hun benen op. Het is niet verstandig hem in het tempo van een ander op te fietsen. Of die nu langzamer of sneller klimt, aanpassen betekend opblazen. In de tour zie je meteen na de camping linksaf de groep uit elkaar ploffen. Ook wij verloren elkaar hier meteen uit het oog. Het vreselijke stuk wordt wat gemakkelijker na deze 2 km maar deze berg komt geen moment onder de 8 % tot de finish plaats. Halverwege waren ze aan de weg aan het werken waardoor we ook nog eens 500 meter plakkerig asfalt onder onze wielen kregen. Dat wordt nog wat deze tour. De bochten zijn zeer spectaculair. Voor de gemakkelijke klimmers gewoon (..) binnenbochtje pakken, alles wat moeilijk zit zie je door de buitenbocht stoempen. Toch merkten dat het meezat deze dag. Wederom stikheet maar we hadden ons in ieder geval niet opgeblazen het eerste stuk. En alweer haalden we een hele zwik fietsers in. De klim is zo machtig mooi, misschien ook door alle Nederlandse sentimenten, hij is het trainen in de winter allemaal waard.
De Glandon
Onze laatste dag en wat betreft uitzichten misschien wel de mooiste klim. De avond na de Alpe D’Huez hebben we nog zitten dubben wat we zouden gaan doen.
De Glandon leek ons geweldig maar zo verschrikkelijk lastig. 4 dagen achter elkaar, op de camping gaven fietsers aan: “een beetje veel van het goede, je gaat kapot.”
Misschien niet helemaal verstandig maar uiteindelijk besloten we hem toch op te fietsen. In fanatisme verschilden we weliswaar maar in de drang om in de bergen te fietsen liepen we parallel. De Glandon is 28 km lang met halverwege een afdaling van 1200 meter. Dat betekende voor ons dus zo’n kleine 3 uur bergop fietsen. Startpunt was wederom Bourg D’Oisans, we mochten dus ook nog eens een kleine 20 km infietsen. Max. stijgingspercentage van de Glandon 12 %. Col van de extra categorie. De eerste 5 km stellen weinig voor. Je pedaleert relaxed langs een stuwmeer, de Barrage de Verney. Bij Vaujany begint de klim dan echt en voordat je het goed en wel merkt fiets je tussen een stuk bos met 10 % omhoog. Op het moment dat je denkt helemaal kapot te gaan die dag zie je op je teller dat je 12 kilometer geklommen hebt en weet je dat je zo een stukje afdaling gaat krijgen. Het helpt.Een Duitser spreekt ons nog moed in door te zeggen dat het nog niks voorstelde “Gleich bekomt ihr es knuppeldick” en hij beloofd ons 12 % stijging.
Hij heeft gelijk wat die 12 % betreft. Was het leedvermaak of zagen we er uitgeleefd uit maar ondanks zijn waarschuwing is de 2e helft te doen. We klimmen niet allebei even gemakkelijk maar hebben afgesproken op elkaar te wachten. De uitzichten zijn overweldigend. De weg wordt nu steeds smaller en steeds mooier. We bevinden ons in een prachtig berglandschap. Het gedeelte tussen de 15e en 21e km is rond de 8 %. Daarna wordt hij een stuk gemakkelijker. Het venijn zit hem bij de Glandon in de staart. Door de lengte enerzijds en door de laatste 2 steile kilometers anderzijds. Door een geweldig grillig berglandschap mag je nog een keer aanzetten. Bovenop hebben we ons omgedraaid en zijn we dezelfde klim afgedaald. Spectaculair 28 kilometer dalen, ook wij zouden zo zijn weggereden bij een auto of motor. We daalden zelfs allebei met een helm op onze kop, kun je nagaan.